| |
 |
Het universum draait om Émilie ****
‘Geen moeilijker en uitdagender genre in het muziektheater dan het monodrama met slechts één personage op het podium. Juist daarom schreef de Finse componiste Kaija Saariaho het anderhalf uur durende Émilie voor haar landgenote Karita Mattila. […] Mattila en Saariaho werden gisteravond na afloop luid en lang toegejuicht. Karita Mattila is met haar fenomenale dramatische en extatische hoogte een van de weinige ècht grote sopranen in het Muziektheater sinds de opening in 1986. En Kaija Saariaho is een internationaal gevierd componiste van direct aansprekende muziek. Haar L’ Amour de loin was vijf jaar geleden in de enscenering van Pierre Audi in het Holland Festival ook een enorm publiekssucces. Decorontwerper François Séguin maakt van het monodrama toch nog dubbelzinnig theater met een aantal stille personages. Hij plaatst de 18de eeuwse ‘femme savante’ Émilie du Châtelet in een planetarium. […] Het universum draait om Émilie, de mannen draaien als planeten haar heen, met hen voert zij haar eenzijdige dialogen, herinnerend aan de ‘stream of consciousness ’ van Virginia Woolf en de obsessieve briefschrijverij van professor Moses Herzog in Saul Bellows roman Herzog. Het is een vaak taai en lang afscheidscollege, een gezongen encyclopedisch traktaat over kunst en wetenschap. Roerend is alleen haar toespraak tot haar ongeboren kind. Net als in L’ Amour de loin combineert Saariaho declamatorische en lyrische zanglijnen met sfeervolle instrumentale muziek, interstellaire wolken van noten. Die verbinden een modern, maar niet avant-gardistisch kleurrijk idioom met de muziekhistorie. Volstrekt vanzelfsprekend zijn hier de verwijzingen naar Mahlers Das Lied vond der Erde. Ook dat eindigt in Der Abschied in het ronddraaiende universum: ‘ewig, ewig’.’ Kasper Jansen, NRC Handelsblad (19 maart 2010)
Karita Mattila is traktatie ‘Zelfs voor wie niet van moderne opera’s houdt en niet van melodieën die lastig meteen na te fluiten zijn, is Emilie, de nieuwe opera van de Finse componiste Kaija Saariaho, in één opzicht een ware traktatie. De traktatie Karita Mattila. […] Mattila heeft ook een interesse voor eigentijdse muziek – ongebruikelijk voor sopranen in de sterrencategorie – en zo kon het gebeuren dat ze een paar weken geleden in een kleiner operahuis, dat van Lyon, de wereldpremière zong van Emilie, de derde opera van haar landgenote Kaija Saariaho. Pierre Audi haakte daar als baas van De Nederlandse Opera én tegenwoordig ook van de Gastprogrammering slim op in, en haalde Mattila inclusief orkest en chef-dirigent van Lyon naar Amsterdam. […] ook nu was evident dat Mattila een stem heeft die je niet alledag op het podium hoort. Je zou bij zo veel klankschoonheid bijna vergeten dat ze eigenlijk nauwelijks kan acteren. Bij een monodrama als Emilie, die feitelijk bestaat uit een tachtig minuten durende monologue inérieur van de enige soliste, is dat wel een klein probleem. […] Op het toneel zit ze temidden van draaiende wereldbollen, in een schitterende belichting. Maar hoe goed het orkest ook speelt en hoe geweldig Mattila vaak ook zingt, deze Emilie raakt je niet. Om Mattila te horen zingen, zult u toch moeten gaan.’ Erik Voermans, Het Parool (19 maart 2010)
Absorberend monodrama ‘Dood en liefde vinden in Émilie van Kaija Saariaho een complement in wetenschap en emotie. Dat zijn hier niet zozeer tegengestelden als wel grootheden die elkaar aanvullen. Die combinatie is even kenmerkend voor Saariaho’s muziek als voor het uitgebalanceerde libretto van Amin Maalouf. Saariaho […] gold dertig jaar terug al als een belofte. Die heeft ze de afgelopen tien jaar meer dan ooit waargemaakt met opera’s waarin innerlijke zoektochten worden geschraagd door muzikale en menselijke knowhow. Émilie, de derde in een reeks, is een absorberend monodrama over de even adellijke als geniale Émilie du Châtelet (1706-1749). Saariaho schreef het werk voor haar landgenote sopraan Karita Mattila, met wie ze al jaren samenwerkt, en die nu ook in twee van de drie Nederlandse voorstellingen de enige rol vertolkt. In negen taferelen toont Mattila de verschillende facetten van Émilie’s persoonlijkheid, gedragen door een bescheiden orkest dat onder aanvoering van Kazushi Ono een klankweelde ontvouwt die reikt van oplaaiende lyriek tot ongrijpbare geruisen. Het ruimtelijk uitgestuurde getwinkel van een klavecimbel speelt een voorname rol, evenals elektronische transposities van Mattila’s stem, die wonderlijke vocale schijngestalten teweegbrengen. Neerwaartse glissandi verklanken dood en vergetelheid, maar er is ook ruimte voor een bescheiden fanfare en heroïsche akkoorden die de immense omvang van de kosmos beklemtonen. Het moment suprême doet zich voor in het vierde tafereel, wanneer tijdens een wetenschappelijke uiteenzetting over kleurenleer alle planeten op één rij belanden, terwijl het muzikale weefsel wordt teruggebracht wordt tot één enkele toon, waarin natuurlijk toch weer een menigte aan klankkleuren schuilgaat. Als dat geen goddelijk inzicht is, is het in elk geval een sterk staaltje van illusiekunst.’ Frits van der Waa, De Volkskrant (20 maart 2010)
Twee Finse vrouwen geven Émilie du Châtelet nieuw leven ‘Audi en De Nederlandse Opera zorgen er nu samen met het Muziektheater voor dat Saariaho’s nieuwste opera ‘Émilie’ hier drie keer te zien is, vlak na de wereldpremière begin deze maand door de Opéra national de Lyon. Het betreft een soort culturele uitwisseling tussen beide operagezelschappen omdat DNO’s productie van Michel van der Aa’s ‘After Life’ op dit moment in Lyon te zien is: op precies die drie dagen dat ‘Émilie’ Amsterdam aandoet. Saariaho schreef haar nieuwe opera voor haar landgenote Karita Mattila en droeg die ook aan haar op. Mattila is een megaster in de wereld van de opera en ze bewees die status donderdagavond op het podium van het Muziektheater. Het publieke succes voor haar, na afloop van het anderhalf uur durende monodrama, was groot. Er zijn weinig zangeressen die met alleen die ene stem zó lang kunnen boeien als Mattila. Zo kleurrijk als Saariaho’s muziek is, zo rijk gelaagd is Mattila’s vertolking ervan. […] Amin Maalouf, die ook voor de tekstboeken voor Saariaho’s twee eerdere opera’s zorgde, schreef wederom een meesterlijk libretto. Zo’n zin als ‘Ik ben in de val van mijn eigen lichaam gelopen’ blijft je lang bij. Het is duidelijk dat Maaloufs woorden de inspiratie van Saariaho meesterlijk in gang zetten. ‘Émilie’ lijkt op ‘L’amour de loin’, maar is nog hermetischer en eenvormiger. Dat kan als zwakte worden ervaren, maar hier zorgde het voor super-concentratie. Klavecimbel, het gekras van een ganzenveer en orkestrale glissando-zuchten doorkruisen de partituur, waarop wederom amper een etiket te plakken is, behalve dat van hallucinerend fraai. Dirigent Kazushi Ono en het operaorkest van Lyon zorgen voor een glasheldere en -zuivere weergave. In het decor wordt Émilie voorgesteld als de zon, waaromheen haar minnaars, haar ‘émiliens’ zoals zij die zelf noemt, als planeten rondcirkelen; een planetarium als een grote octopus. Dreigend én beschermend.’ Peter van der Lint, Trouw (20 maart 2010)
De pers over Émilie na de wereldpremière op 1 maart 2010 in Lyon
‘An dieser Oper beziehungsweise diesem Monodram ist nichts zu lang, nichts überflüssig und nichts aufgesetzt. Und die Regie von François Girard schmiegt sich der Musik wunderbar an, erweitert sie ästhetisch-ätherisch in den Raum hinein, bietet feinste Lichtwechsel, bebildert im besten Sinne. Und dann ist da natürlich noch Karita Mattila als Émilie, die Saariahos Musik zu hundert Prozent verinnerlicht hat. Klar, luzide, lunar interpretiert Mattila Saariahos Sehnsuchtsbögen, unterstützt vom exzellenten Opernorchester unter Kazushi Ono.’ Jörn Florian Fuchs, Wiener Zeitung (3 maart 2010)
‘Mattilas überaus wandlungsreiche Stimme, die ohne jeden metallischen Beiklang, ohne zu forcieren in jeder Lage die Dynamik und die Strahlkraft genauestens zu dosieren weiß, ist das ideale Instrument dieser Aufführung: eine enorme Leistung an physischer Omnipräsenz, die weder in den tiefsten Tiefen der Geheimnisse noch in den höchsten Höhen des Triumphs und der Furcht noch in den leistesten Selbsteinflüsterungen der Verzweiflung etwas anderes erkennen lässt als reine darstellerische Leidenschaft und ausgereifte Kompetenz.’ Hans-Jürgen Linke, Frankfurter Rundschau (3 maart 2010)
‘The virtue of Saariaho’s design is that it showcases Mattila’s electric stage presence and ecstatic upper register.’ Andrew Clark, Financial Times (3 maart 2010)
‘Mattila verströmt ihre sinnlich schöne, weiche, doch ausdrucksstarke Stimme mit veritabler Primadonnen-Grandezza. Sie nutzt „Emilie“ als Schaustück für ihren Sopran. Das Lyonnaiser Orchester unter Kazushi Ono umflort ihn behutsam. Dank Saariahos Instrumentationstechnik, die viel von den silbrig schimmernden Qualitäten von Cembalo, Glockenspiel und Vibraphon Gebrauch macht, bleiben auch vielschichtige Akkordmassen transparent und durchscheinend, schmerzen also auch ein avantgardeskeptisches Auditorium nie.’ Wilhelm Sinkovicz, Die Presse (3 maart 2010)
‘Singing alone, without significant breaks, for 80 minutes, Karita Mattila was in shining voice, and she makes Emilie an alluring and sympathetic figure.’ Rupert Chrisiansen, Telegraph (4 maart 2010)
‘Karita Mattila verschreibt sich ihrer Aufgabe mit Haut und Haar: Obwohl das Geschehen weit vorn auf der Bühne stattfindet, kann es einem ganz schön nahe kommen.’ Peter Hagmann, Neue Zürcher Zeitung (4 maart 2010)
‘Saariaho’s score, typically, bristles with the minutest of expression marks and explores a vast aural continuum: the high trilling of strings, pungent percussion and the archaic tang of a harpsichord are characteristic voices here.’ Hilary Finch, The Times (5 maart 2010)
‘There are some striking effects when Mattila duets with herself, pre-recorded and digitally transformed, and, as Kazushi Ono's conducting shows, there are also some transparently beautiful things in the orchestral music, to which a hyperactive harpsichord (an instrument the historical Emilie played) adds an extra frisson.’ Andrew Clements, The Guardian (6 maart 2010)
‘Conductor Kazushi Ono and Lyon's excellent chamber orchestra emphasise the sensuality of the score's baroque references – the fretful rhythms and verdant trills of Rameau, Purcell and Scarlatti.’ Anna Picard, The Independent (7 maart 2010)
|
|
 |
 |
|
|
|