Youtube iTunes Hyves FaceBook twitter

De Nederlandse Opera in Amsterdam




première   maart 2010   voorstellingen  10  12  14*  maart 2010
Het Muziektheater Amsterdam   aanvang 20.00/*13.30   einde ±22.30/*16.00   er is 1 pauze
start losse kaartverkoop 5 december 2009 om 10.00

video
het verhaal
team en cast
achtergrond
in de media
fotomateriaal
operaboek
inleiding
nodig iemand uit
start kaartverkoop
reserveren

 
Il prigioniero | Hertog Blauwbaards burcht
Luigi Dallapiccola 1904 1975 /Béla Bartók 1881 1945

Il prigioniero
Spanje, tijdens de regering van Filips II. In een gevangenis bezoekt een moeder haar zoon. Zij denkt aan een nachtmerrie waarin het gezicht van de koning veranderde in dat van de Dood. De gevangene vertelt haar hoe de cipier hem 'broeder' noemde, waardoor hij hoop kreeg en weer kon bidden. Na het vertrek van de moeder komt de cipier de gevangene vertellen dat in de Nederlanden de opstand is uitgebroken. Klokke Roelandt zal weldra weer klinken in Gent om het einde van het schrikbewind van Filips en de Inquisitie in te luiden. De cipier zingt een geuzenlied. Als hij vertrekt, laat hij de celdeur openstaan.
De gevangene sluipt door donkere gangen onder de gevangenis. Onderweg komt hij tot zijn afgrijzen een broeder tegen met een martelwerktuig; hij hervindt de moed om door te gaan. Twee priesters komen voorbij en hij moet zich verbergen. De gevangene voelt frisse lucht op zijn handen en bereikt de buitendeur. Hij meent Klokke Roelandt te horen slaan.
In een grote tuin voelt de gevangene zich zielsgelukig. Uit vreugde slaat hij zijn armen om een grote ceder. Plotseling komen er uit de boom twee grote armen die hem omhelzen: de Grootinquisiteur! De gevangene beseft dat zijn ergste marteling de valse hoop is geweest.

Hertog Blauwbaards Burcht
Blauwbaard brengt zijn nieuwe bruid binnen in zijn burcht. Als hij haar vraagt of ze zeker weet dat ze haar leven met hem wil delen, antwoordt Judith dat ze daar niet over twijfelt. Hij laat de deur sluiten en Judith merkt op dat de muren wenen. Opnieuw krijgt ze de kans terug te gaan, opnieuw wijst ze die af. Blauwbaard vraagt waarom ze voor hem gekozen heeft; Judith antwoordt dat ze zijn kasteel wil verwarmen en drogen. Hij is niet tevreden met dit antwoord en weigert de zeven deuren te openen die zij nu pas opmerkt. Op haar aandringen antwoordt de burcht zelf met zuchten. Als Blauwbaard haar vraagt of ze bang is, ontkent ze dit en herhaalt haar verzoek om de sleutels van de deuren, omwille van haar liefde voor hem. Nu geeft hij toe. Bij het openen van de eerste deur, die van de martelkamer, klinkt weer een zucht. Vervolgens opent Judith de deuren van de wapenkamer en de schatkamer, van de tuinen, van een terras met uitzicht over Blauwbaards landerijen. Judith wil al zijn geheimen weten. Ten slotte geeft hij haar met tegenzin de sleutel van een tranenmeer en van de laatste kamer. Daaruit komen Blauwbaards eerste drie vrouwen: zijn liefdes van het morgengloren, de middag en de avond. Judith is voor hem de mooiste: de liefde van de nacht. Alle vier de vrouwen gaan door de zevende deur en Blauwbaard blijft alleen achter.