| |
 |
Adam in Ballingschap Rob Zuidam 1964
De handeling speelt zich af in het Paradijs. God heeft Adam en Eva daar geplaatst en in de echt verbonden. Ze mogen alle vruchten eten, behalve die van de boom van de kennis van goed en kwaad. Op overtreding van het verbod staat de doodstraf. De slang, de listigste van alle dieren en door de satan bezeten, verleidt Eva tot het eten van de verboden vrucht; zij haalt op haar beurt haar man daartoe over. Dan merken beiden ineens dat ze naakt zijn, want ze hebben hun onschuld verloren. Ze vlechten schortjes van vijgenbladen om hun schaamte te bedekken. De Allerhoogste roept hen ter verantwoording, waarop beiden de schuld proberen af te schuiven: Adam op Eva, Eva op de slang. God straft beiden met verbanning uit het Paradijs. |
|
 |
 |
|
|
|