| |
 |
‘Adam in ballingschap’: sterk en sinister ‘Rob Zuidam componeerde muziek bij een ingekorte versie van het stuk, dat in het Holland Festival van Pierre Audi een glorievolle wederopstanding beleeft. […] Zuidams opera biedt in ruim twee uur zonder pauze een overtuigende samenvatting van de muziekhistorie sinds Genesis. […] Het klinkt o.l.v. Reinbert de Leeuw sterk en stevig (Thomas Oliemans als Adam), spannend en sinister (Jeroen de Vaal, Roger Smeets en Huub Claessens als duivels), maar soms ook extreem lyrisch (Claron McFadden als Eva). Typisch Hollands – wij schiepen ook ons eigen land – is het gebruik van klompen als slaginstrumenten, bespeeld met de handen en in een klompendans van engelen. […] Zuidam maakt van Eva een heldin, zij durft het tegen God op te nemen, zij begint de emancipatie van de mens met een vrije wil. In de sobere enscenering van Guy Cassiers, die zich concentreert op de essentie, is aan het slot de gevallen mens in statu nascendi er even treurig aan toe als zijn evenbeeld God: het hoofd hangt er los bij.’ Kasper Jansen, NRC Handelsblad (6 juni 2009)
‘Interessant an der Versuchsanordnung ist da, daß Eva bereits in den Apfel gebissen und Erkenntnis gehabt hat, während sich Adam noch langwierig mit Gewissensbissen herumplagt. Überhaupt wird Eva – die exotische Sopranistin Claron McFadden – besser bedient als ihr Partner. Ihre Partie ist mit großen Ariosi und Koloraturen ausgelegt (wie zuletzt die der „Prosperina“ von Wolfgang Rihm in Schwetzingen), wird aber auch in ansprechende Ensemble-Szenen eingefüngt. [...] Guy Cassiers [...] ließ einen hohen breiten Rücken auf die Bühne packen, der ebenso wie der Rest des leeren Raums von Arjen Klerkx mit raffinierten Video-Projektionen bespielt wird: da glaubt man zwischenzeitlich, auf der Haut- und Knochenfläche die steinernen Torsos vond Adam und Eva zu erblicken, die sich an einen Baumstumpf der Erkenntnis lehnen.‘ Frieder Reininghaus, Deutschlandfunk (6 juni 2009)
Die Tristesse nach dem Apfelbiss ‘Tatsächlich hat der 1964 geborene Komponist Rob Zuidam für sein neues Stück „Adam in Ballingschap“ [...] einen halbwegs bibeltreuen Theatertext des Dramatikers Joost van den Vondel ebenso ernsthaft wie traditionsausschlachtend vertont. Mal klingt das nach luftigem Barock, mal nach spätem Richard Strauss. Mächtige Tuttischreie wummern aus dem Graben, es klopft und stampft wie von Orff. Nur, wen Eva, sensationell interpretiert von Claron McFadden, ihre Koloraturen zwischen Himmel und Hölle schmettert, versickert Zuidams Zitatencollage, und man hört plötzlich: richtig gute, unter die Haut gehende Musik. Alles dreht sich um Eva. Obwohl Titelheld, spielt Adam, mit jugendlich frischem Bariton gesungen von Thomas Oliemans, nur eine Nebenrolle. Für die Bühne erfand Regisseur Guy Cassiers eine leicht surreale Filmlandschaft mit sattem Grün fürs Paradies, rotem Geflacker für die höllischen Visionen sowie allerlei abstrakten Formen. [...] Dank der Filmeinblendungen kann sich der erkenntnisverheißende Apfelbaum schnell in ein grelles Röntgenbild von Brust und Lunge verwandeln, religiöser Mythos und moderne Naturwissenschaften werden kurzgeschlossen. [...] Und kommt dann auch noch ein kommentierender Engelschor in nobler Robe dazu, wird aus dieser Oper vollends ein altertumelndes Oratorium, von der Radio Kamer Filharmonie unter Reinbert de Leeuw recht ordentlich zum Leben erweckt.’ Jörn Florian Fuchs, Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung (7 juni 2009)
Zuidam laat zijn zangers schitteren ‘Dat de Nederlandse Opera niet volstaat met solisten, het Operakoor en de Radio Kamerfilharmonie onder Reinbert de Leeuw, maar ook regisseur Guy Cassiers heeft laten aanrukken, viel niettemin te billijken. Zuidam verstaat de kunst van het schrijven voor zangstemmen. En hij weet, grasduinend in vier eeuwen muziek (maar vooral in de postromantiek), met orkestrale middelen spanning te suggereren, zelfs bij godvrezend woordengekabbel als van Adam en bruid in het eerste bedrijf. […] Michaël (de alt Helena Rasker), verbluft je evengoed met een bavoure-aria waaraan Händel, Mozart en Wagner hun steentje hebben bijgedragen, en de Rey van Wachtengelen frappeert met tapdance op klompen. Zuidams speciale aandacht ging uit naar Eva, de steeds mooier zingende Claron McFadden.’ Roland de Beer, De Volkskrant (8 juni 2009)
‘’Adam in Ballingschap’ blijft ondanks schitterend geslaagde passages hangen in goede bedoelingen en een hoge mate van on-dramatische gelijkmatigheid. Zuidams muziek is hier debet aan. Maar het is toch vooral de non-regie van Guy Cassiers die deze avond zo saai en suf doet verlopen. […] De opera begint ijzersterk als de drie duivels broeden op een plan. De scène is roodgekleurd en vanaf het stuitbeentje in ‘De Denker’ schieten soms vlammen het ruggemerg in. Huub Claessens zingt hier als Lucifer geweldig, en kreeg fantastische Zuidam-muziek. […] In de scène daarna maken Adam en Eva hun opwachting en ook zij mogen van Zuidam uitpakken in een extatisch duet. […] Claron McFadden en Thomas Oliemans grijpen hier magistraal hun kansen.’ Peter van der Lint, Trouw (8 juni 2009)
Adam en Eva in een muziekparadijs ‘Zuidam, gezegend met een flinke fantasie, heeft flink uitgepakt. […] Niet dat het van meezinger naar meezinger gaat, maar wel trekt de halve muziekgeschiedenis voorbij in stijlcitaten en andere verwijzingen. De muziek gedraagt zich bijna kameleontischer dan een kameleon. Zuidams onovertroffen orkestratiekunst, romantisch georiënteerd door een gerichtheid op sfeer, voorziet de zangstemmen van kleding en schoeisel. In de orkestbak speelt de Radio Kamer Filharmonie op hoog niveau onder leiding van Reinbert de Leeuw. […] Prachtig zoals de muziek met de mond vol tanden komt te staan wanneer Eva de appel binnen handbereik krijgt. Dan mag Claron McFadden haar hoogste troeven uitspelen als lyrische sopraan. […] Ter contrast dient zich een vol baritongeluid aan van Thomas Oliemans (Adam). Ook voor de overige rollen heeft Zuidam karakteristieke noten geschreven die de desbetreffende zangers als gegoten zitten.’ Thiemo Wind, De Telegraaf (8 juni 2009)
‘Toneelregisseur Guy Cassiers koos wel voor een erg minimalistische benadering. […] De personages stonden wat bleekjes en hulpeloos met hun ellenlange monologen op het podium. […] Jammer, want de muziek van Rob Zuidam (recent benoemd tot professor in Harvard) is lang niet slecht. Hemelse koren, een doldwaze klompendans, een ‘barokke’ aria van de aartsengel Gabriël: het zit er allemaal in. Verder is de muzikale hutspot van Zuidam rijk gekruid met verfijnd gecomponeerde zangpartijen en een rauwe, soms zelfs popachtige, ritmiek.’ Oswin Schneeweisz, Algemeen Dagblad (8 juni 2009)
‘Lucifers melodisch wat vlakke openingsmonoloog, fraai gonzend gezongen door basbariton Huub Claessens, is niet het sterkste deel van de opera, die overigens veelbelovend begint, met onheilspellend gezucht en gekreun van een ‘koor van helsche geesten’ [...] Ook het toneelbeeld schept verwachtingen. Regisseur Guy Cassiers bedacht een ommuurd paradijs, met daarvoor een enorm beeld van een zittende anatomische mannenfiguur, op de rug gezien, die over de muur in de verte lijkt te turen. [...] Die reusachtige rug leent zich goed voor videoprojecties, die de poëtische sfeer van de voorstelling mede bepalen. Muzikaal draait het kort en goed allemaal om Eva, een fantastische rol van sopraan Claron McFadden, die door Zuidam vocaal niet wordt gespaard. Zodra Eva ten tonele verschijnt, krijgt de opera, die tot dan toe looiig en grijs was en allesbehalve dramatisch, opeens kleur en vaart, hoezeer de zwaar sullige Adam (fraai gezongen door Thomas Oliemans) ook zijn best doet op de rem te trappen. [...] Wie noten kan schrijven met de kwaliteit van de ‘tussenmuziek’ als overgang naar het tweede bedrijf, heeft een buitengewoon talent, en dat is niet de enige plek waar Zuidam de luisteraar weet te betoveren. Aan dirigent Reinbert de Leeuw en de prachtig spelende Radio Kamer Filharmonie lag het ook niet.’ Erik Voermans, Het Parool (8 juni 2009)
‘Mit dem Gestus des Aufklärers ersetzte Vondel die Schlange durch den Dämonen Belial, der zusammen mit Luzifer den Aufstand gegen den „schepper“ (Schöpfer) probt, unterliegt und vom Reich der Finsternis aus auf Rache sinnt. Ein Lehrstück, das den Konflikt zwischen Lust und Pflicht verhandelt. Für Eva, dargestellt von der virtuosen Sopranistin Claron McFadden, schrieb Zuidam eine Partie mit großen Ariosi und Koloraturen, die viele Facetten der hohen (und höchsten) Stimmlage ausreizt [...] Eva beherrscht den von Skrupeln geplagten Adam: Thomas Oliemans gibt Stammvater der Menschheit als rechten Softy. Keck bestreitet der Tenor Jeroen de Vaal die Rolle des Belial, der sich mit einer Volksliedhaften Auftrittsmelodie in Szene setzt, die einer Operette vor hundert Jahren als Highlight gedient haben könnte. Dergleichen kann nicht jeder schreiben, es erfordert solides Handwerkt. Auch die guten Engel sangen sich schön, sicher geführt von Reinbert de Leeuw, durch lauter Formeln wohlklingender (Neo)-Tonalität. [...] Guy Cassiers ließ einen hohen, breiten nackten Rücken auf die Bühne stemmen, den Arjen Klerkx – ebenso wie den Rest des leeren Raums – mit raffinierten Video-Projektionen bespielt.’ Frieder Reininghaus, Opernwelt (augustus 2009)
‘[…] the music, flitting promiscuously but cleverly between serialism, minimalism (particularly in the heavenly choral interjections) and a wide variety of pop idioms (from calypso to rock), keeps things lively and interesting. It was carefully performed by the Radio Kamer Filharmonie under Reinbert de Leeuw. The quality of the singing was consistently high. As Lucifer, Huub Claessens revelled in the Stygian colours of his rich bass voice. Claron McFadden did Eve proud, handling a tessitura tougher than that of Berg’s Lulu with stunning ease. As cliché would have it, the Devil got the best tune, delivered while chaperoning Eve to sin. But is was Eve who got the best musical moment as she was tempted to distraction by the fateful apple, McFadden coolly letting loose the noise of a dying wasp in a stop-start fusillade of mad trills and coloratura. The countertenor angels, delivering some genuinely funny parodic Baroque flimflammery, were a delight. […] In a world in which directors and designers seem intent on building visual and aesthetic impediments to dramatic flow, Guy Cassiers’s set seemed to buck the trend. Ever-changing, filmed etchings, paintings and abstract crystallizations, projected onto a giant white cast of a man’s back, offered a visual narrative that breathed life into the drama.’ Igor Toronyi-Lalic, Opera (Oktober 2009)
|
|
 |
 |
|
|
|