| |
 |
Platée Jean-Philippe Rameau 1683 1764
Proloog
Thespis, de uitvinder van de komedie, besluit goden en mensen een les te leren. Hij laat naspelen hoe Jupiter zijn vrouw Junon genas van haar jaloezie.
I
Mercure en de bergkoning Cithéron vatten het plan op om Junon voor de gek te houden: Jupiter moet doen alsof hij wil trouwen met een nieuwe liefde, de lelijke nimf Platée, koningin van het moeras. Zij beeldt zich in dat Cithéron op haar verliefd is. Maar als Mercure haar meldt dat niemand minder dan Jupiter haar liefheeft, is haar vreugde groot en denkt ze niet meer aan Cithéron.
II
Met een smoes heeft Mercure Junon naar Athene gelokt: daar zou zij haar overspelige man op heterdaad kunnen betrappen. Jupiter daalt af in een wolk en openbaart zich aan Platée, eerst als ezel, vervolgens als uil en dan pas in zijn eigen indrukwekkende gedaante. Hij verklaart Platée zijn liefde en laat een intermezzo uitvoeren, in afwachting van de huwelijksceremonie.
III
Junon keert woedend terug uit Athene. Op aanraden van Mercure verbergt zij zich om de gebeurtenissen te volgen. De gesluierde Platée wacht vol ongeduld op de komst van Amour, die het huwelijk moeten inzegenen. In zijn plaats komt Momus, god van de spotternij. Hij schenkt Platée tranen en smarten, maar ook hoop. Platée wijst deze giften verontwaardigd af. Jupiter begint de huwelijkseed af te leggen en vraagt zich bezorgd af waar Junon blijft. Eindelijk verschijnt zij en rukt Platées sluier af. Bij het zien van de lelijke bruid barst de godin in lachen uit. Verzoend stijgt het godenpaar naar de hemel. Platée is razend en grijpt Cithéron bij de keel onder heftige verwensingen. Dan snelt ze terug naar haar moeras. |
|
 |
 |
|
|
|