| |
 |
Capriccio Richard Strauss 1864 1949
Gravin Madeleine, een jonge weduwe, is morgen jarig. Op haar kasteel bevinden zich onder anderen de componist Flamand en de dichter Olivier, die beiden naar haar hand dingen. Er wordt een sextet van Flamand gespeeld. Theaterdirecteur La Roche slaapt dwars door de muziek heen. De actrice Clairon (ex-minnares van Olivier) arriveert. Zij zal met de graaf (Madeleines broer, verliefd op Clairon) een liefdesscène uit een stuk van Olivier spelen met daarin een sonnet. Terwijl Clairon en de graaf gaan repeteren, blijft de gravin achter met Flamand en Olivier. De dichter draagt het sonnet aan de gravin voor en geeft daarmee uiting aan zijn gevoelens voor haar. Flamand zet het gedicht op muziek en maakt Madeleine het hof door zijn zojuist gecomponeerde versie voor haar te zingen. De gravin belooft aan beide heren de volgende morgen uitsluitsel te geven. Het gezelschap discussieert over de vraag: woord of toon? Flamand en Olivier maken ruzie met La Roche vanwege diens weinig artistieke ideeën voor Madeleines verjaardagsfeest. Als verzoeningsteken besluiten Olivier en Flamand samen een opera voor hem te schrijven over de gebeurtenissen van de dag. Zij vertrekken met hem naar Parijs. De gravin blijft alleen achter en vraagt haar spiegelbeeld om raad. |
|
 |
 |
|
|
|