| |
 |
Jenufa Leoš Janáček 1854 1928
Een klein dorp aan een rivier. Jenufa, de pleegdochter van de kosteres, is zwanger van haar geliefde, de jonge molenaar Steva. Deze is net goedgekeurd voor de dienstplicht, maar heeft zich vrijgekocht en komt nu dronken thuis. De kosteres wil pas toestemming geven voor een huwelijk tussen hem en Jenufa als hij een heel jaar niet dronken is geweest. Steva flirt met de meisjes uit het dorp, waarmee Laca Stevas halfbroer, die verliefd is op Jenufa, haar plaagt. Uit jaloezie verwondt Laca haar met een mes in het gezicht.
Het is winter. Jenufa krijgt een zoon. Steva wil niet meer met haar trouwen nu ze verminkt is. Laca wil wel graag met Jenufa trouwen, maar schrikt als hij hoort dat zij een kind heeft. De kosteres stelt hem echter gerust door te zeggen dat het jongetje is gestorven. Zijverdrinkt daarop het kind in de rivier. Laca en Jenufa geven elkaar hun jawoord. De kosteres wordt door bange voorgevoelens gekweld.
De bruiloft tussen Jenufa en Laca wordt plotseling onderbroken: onder het ijs is een dode baby gevonden. Het dorpsvolk wil de moeder stenigen. Dan wijst Jenufa Steva als de vader aan. De kosteres bekent de moord en vraagt Jenufa om vergiffenis, waarna ze wordt gearresteerd. Lacas liefde voor Jenufa is zo sterk dat hij bij haar blijft. |
|
 |
 |
|
|
|