| |
 |
Tannhäuser Richard Wagner 1813 1883
I
Tijdens een bacchanaal in de Venusberg wordt de ridder-zanger Tannhäuser somber gestemd, want hij wil de godin Venus verlaten en terugkeren naar de buitenwereld. Venus is woedend en voorspelt hem dat hij zal terugkeren, want de mensen zullen hem geen vergiffenis schenken voor zijn verblijf bij haar. Als Tannhäuser roept dat zijn heil in Maria gelegen is, verzinkt de Venusberg in de grond. Tannhäuser komt tot zichzelf in een vallei bij de Wartburg. Pelgrims op weg naar Rome komen voorbij en Tannhäuser knielt neer in gebed. Zo wordt hij aangetroffen door een groepje edelen op de jacht, onder wie landgraaf Hermann en Wolfram von Eschenbach, Tannhäusers vriend. Zij halen hem over mee terug te keren naar de Wartburg, waar Elisabeth, de nicht van de landgraaf, hem met vreugde zal begroeten na zijn jarenlange afwezigheid.
II
In de Wartburg betreedt Elisabeth de grote zaal. Ze verheugt zich op een zangwedstrijd met Tannhäuser als eregast. Wolfram brengt Tannhäuser binnen, waar deze Elisabeth begroet. Tannhäuser ontwijkt de vraag waar hij al die tijd geweest is. Als zij elkaar hun liefde bekennen, weet Wolfram, zelf verliefd op Elisabeth, dat zijn hoop is vervlogen. De landgraaf weet van Elisabeths heimelijke gevoelens en meent dat haar wensen weldra in vervulling zullen gaan. Na de aankomst van de gasten kondigt de landgraaf het thema van het zangtoernooi aan: het wezen der liefde. De winnaar krijgt door Elisabeth een prijs uitgereikt, die hij zelf mag bepalen. Wolfram vergelijkt de ideale liefde met een onbezoedelde bron. Walther von der Vogelweide sluit zich hierbij aan, maar Tannhäuser brengt een ode aan de zinnelijke liefde. Groot tumult ontstaat, dat nog toeneemt wanneer Tannhäuser zijn hymne aan Venus zingt. Alle vrouwen behalve Elisabeth verlaten de zaal om niet in de buurt te blijven van de zanger die in de Venusberg vertoefd heeft. De verontwaardigde ridders willen zich op Tannhäuser storten maar Elisabeth werpt zich ertussen. De landgraaf spreekt het oordeel: Tannhäuser wordt verbannen en mag alleen terugkomen als hij van de paus in Rome vergiffenis heeft gekregen. Hij sluit zich aan bij een pelgrimsgroep die op het punt staat te vertrekken.
III
In de vallei bij de Wartburg bidt Elisabeth voor Tannhäusers behouden terugkeer. Het zingen van naderende pelgrims is te horen, maar tot Elisabeths verdriet is Tannhäuser er niet bij. Wolfram wil haar begeleiden naar de Wartburg maar zij blijft achter om te bidden: haar taak is in de hemel. Wolfram vraagt de avondster om Elisabeth te begeleiden op haar tocht. Plotseling staat Tannhäuser voor hem. Hij gaat terug naar de Venusberg, want de paus heeft hem niet vergeven; pas als diens staf groene bladeren voortbrengt, zal deze zondaar verlost zijn! Wanneer Tannhäuser Venus aanroept, wijst Wolfram zijn vriend erop dat een engel op aarde voor hem gebeden heeft, die hem spoedig vanuit de hemel zal zegenen: Elisabeth! Tannhäuser sterft. Pelgrims zingen over een wonder: aan de staf van de paus zijn nieuwe bladeren ontsproten.
|
|
 |
 |
|
|
|