De Nederlandse Opera op YouTube Podcasts van De Nederlandse Opera De Nederlandse Opera op Facebook De Nederlandse Opera on Twitter

De Nederlandse Opera in Amsterdam



A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
R
S
T
U
V
W
Z
l


Tea


2009 2010
2001 2002

première   mei 2010   voorstellingen  10  13  16*  18  21  24*  26  30*  mei 2010
Het Muziektheater Amsterdam   aanvang 20.00/*14.30   einde ±23.05/*17.35   er zijn 2 pauzes
start losse kaartverkoop 7 februari 2010 om 11.30

video
het verhaal
team en cast
achtergrond
in de media
foto’s
inleiding

 
Genadeloze Puccini met een verwarrende haarspeldbocht
****
‘Het gebeurt niet iedere dag dat een dirigent luider wordt toegejuicht dan de zangers die de hoofdrollen vertolken, zeker niet wanneer die uitstekend werk hebben geleverd. Yannick Nézet-Séguin, chef van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, kan er sinds zijn eerste Amsterdamse Turandot over meepraten. […] Die aandacht wordt begrijpelijk wanneer je hem bezig ziet en, vooral, hoort. Nauwkeurig bewegend steekt hij in zijn zwarte T-shirt boven de orkestbak uit, terwijl hij met de musici van het RPhO de puls van Puccini’s muziek voelbaar maakt. […] Indrukwekkend is de regie van Nikolaus Lehnhoff, die al in 2002 te zien was bij De Nederlandse Opera. Lehnhoff voert de Chinese prinses Turandot op als een tot de tanden bewapend oorlogsschip. Haar menselijkheid verdwijnt onder een hoge hoofdtooi en een brede zwarte mantel. […] Lehnhoff heeft in Lindstrom een sopraan gevonden, die de wreedheid van haar rol kan omzetten in een soms ijzige, maar altijd op grootse manier beheerste klank. De bewegingen van de zangers heeft hij teruggebracht tot gestileerde gebaren, met af en toe een knipoog naar de commedia dell’ arte. […] Warmte moet komen van de slavin Liù (een prachtig doorleefde rol van Ana María Martínez), die zichzelf letterlijk offert om haar geliefde prins van de dood te redden. […] Met de finale van Berio maakt ook de regie een haarspeldbocht. Plotseling geeft Turandot zich gewonnen voor een vurig verliefde prins die de raadsels heeft opgelost en haar liefde mag opeisen. Aan de Amerikaanse tenor Lance Ryan (Calaf) ligt het niet. Hij is een magistrale tenor die Turandot met fiere toon en een onverschrokken houding geloofwaardig weet te ontdooien. Toch blijft het publiek in verwarring achter. Lehnhoffs strakke stilering lost op in een menselijkheid die past bij Berio maar breekt met zijn eigen regieconcept. Het ideale einde van Turandot is nog niet gevonden.’
Bela Luttmer, De Volkskrant (10 mei 2010)
 
Yannick maakt Puccini’s Turandot tot een feest
‘In de herneming van de Lehnhoff-regie (die in totaal drie Puccini-opera’s regisseerde bij DNO) spelen in plaats van het Concertgebouworkest onder Chailly nu het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) onder Yannick Nézet-Séguin. […] Nézet-Séguin oogstte vrijdag al bij opkomst een reusachtig applaus, maar ook op het moment dat hij de bok betrad voor iedere akte werd er luid gejuicht. Terecht, want het RPhO speelde Puccini intens, opgezweept door de breed gebarende dirigent. Geen detail ontging Nézet-Séguin en zelfs in de introverte Berio-muziek aan het eind wist hij de intensiteit vast te houden. In de tijdloze regie van Nikolaus Lehnhoff en het statisch-strenge decor van Raimund Bauer liet de krachtige Lise Lindstrom haar personage Turandot prachtig tussen koninklijk ongenaakbaar en menselijk twijfelen bewegen – haar stem leek bovendien met gemak boven het razende orkest uit te komen in de laatste acte. Een gaaf gezongen ‘Nessun dorma’ leverde Lance Ryan luide bravo’s op, en met sopraan Ana María Martínez kent deze herneming een aangrijpende Liù. Maar het luidste en langdurigste applaus ging uiteindelijk naar Yannick. “Wat een schat, he”, zag ik een koorlid tegen een ander zeggen nadat hij het koor uitgebreid had bedankt. Wat een feest.’
Anthony Fiumara, Trouw (10 mei 2010)
 
Opwindende Turandot
*****
‘Opnieuw gonst het Muziektheater van de opwinding bij de spectaculaire beelden en de minstens even enerverende klanken. […] In deze imposante entourage is de regie van Nikolaus Lehnhoff een wonder van concentratie. Hij zit dicht op de huid van Puccini’s muziek, waarin de mysterieuze oosterse sfeer ingebed is in een stevig aangezette dramatiek. Jammer genoeg is het modernistische slot gehandhaafd dat Berio aan de onvoltooid gebleven opera heeft toegevoegd. Het grote liefdesduet vormt daarin een anticlimax en zelfs de regie raakt dan aan het eind stuurloos. […] Nu zit het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de bak, met de kleine chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin op een extra hoge verhoging. Hij valt meteen aan met een ongekende gretigheid. Typisch een jonge dirigent die zijn kruit te snel verschiet, denk je dan, vooral als koor en orkest in het hoge tempo even uit elkaar gaan lopen. Maar schijn bedriegt. De klank is warm en rijk gedifferentieerd, de spanning op de lange duur prachtig gedoseerd. Dit is een dirigent die de kunst van de vervoering verstaat. De zangersbezetting is zelfs sterker dan destijds. Lise Lindstrom (Turandot) heeft voor een dramatische sopraan weinig kracht in de laagte, maar dat compenseert ze met ruimschoots met trefzeker geplaatste tonen die zich als laserstralen door het zwaarbewapende orkest boren. Afgezien van een paar technische problemen (intonatie en legato) is Lance Ryan een bijna ideale Calaf, met een riante hoge b als een klaroenstoot aan het einde van Nessun dorma. De prachtig zingende Ana María Martínez is een aandoenlijke Liù, de boomlange Mario Luperi een imposant luide Timur en in de overige rollen valt vooral Angelo Veccia op als de aanvoerder van het onvermijdelijk clowneske trio Chinese ministers. Daarbij verkeert het Operakoor weer eens in topvorm. Al met al een geweldige voorstelling met spectaculaire toneelbeelden, een sterke bezetting en een formidabel orkest. Gaat dat zien en horen!’
Eddie Vetter, De Telegraaf (10 mei 2010)
 
Gergjev-hectiek terug bij Rotterdammers
*****
‘Voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest zijn de hectische tijden met Gergjev weer terug onder zijn opvolger Nézet-Séguin. Vrijdagavond begeleidden de Rotterdammers in het Amsterdamse Muziektheater de reprise van Puccini’s opera Turandot. […] In Turandot, een fenomenale productie van regisseur Nikolaus Lehnhoff die in 2002 uitgevoerd met het Concertgebouworkest en Riccardo Chailly, evenaarden de Rotterdammers op eigen en overrompelende wijze dat topniveau. Nézet-Séguin maakt internationaal carrière als operadirigent (Salzburg, New York, Milaan en Londen). Hier weet hij de overweldigende spanning en dramatiek in dit angstwekkende sprookje over een meedogenloze Chinese prinses perfect te doseren en af te wisselen met lyrische momenten. Prins Calaf, de zoveelste huwelijkspretendent, moet de raadsels van Turandot oplossen, anders wordt hij net als zijn voorgangers onthoofd. „Je bent verliefd op de dood”, zegt de keizer. Maar Calaf zet door en weet met zijn liefde de ijsprinses te ontdooien. Het door Luciano Berio nieuw gecomponeerde slot aan het onvoltooid achtergelaten stuk, inmiddels uitgevoerd van Wenen en Salzburg tot Los Angeles, maakt die omslag aannemelijker dan voorheen. De voorstelling was een enorm publiek succes, ook dankzij het voortreffelijke koor van de Nederlandse Opera. De cast is van zeer hoog niveau. Lise Lindstrom (Turandot), Lance Ryan (Calaf) en Anna Maria Martinez (Liù), bezorgden mij lang niet gevoelde kippenvelmomenten.’
Kasper Jansen, NRC Handelsblad (10 mei 2010)
 
Turandot smelt niet overtuigend
‘Het Nederlandse muziekleven heeft een nieuwe held. Hij heet Yannick Nézet-Séguin (1975) […] Vrijdag kreeg hij in het Muziektheater het meeste applaus van allemaal bij de reprise van Puccini’s laatste, onvoltooide (maar in 2002 door Luciano Berio afgemaakte) opera Turandot, die bij De Nederlandse Opera nog deze hele maand te zien is. Dat applaus was terecht. Vanaf de eerste maat, waarin Puccini met dikke uitroeptekens het lugubere openingsthema aan de toehoorders presenteert, zinderde het in de orkestbak dat het een aard had. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelde krachtig en prachtig en aan het slot was er niemand die ‘Bravo Alfano!’ riep – wat begrepen dient te worden als ‘Weg met Berio!’ […] Je moet je afvragen of het Berio wél is gelukt om de omslag van ijsprinses naar gesmolten ijsprinses, die haar hart verliest aan prins Calaf, geloofwaardig te maken. […] Regisseur Nikolaus Lehnhoff is hier ook al weinig behulpzaam. Door het lijk van Liù nadrukkelijk center stage te laten liggen, ontstaat er kortsluiting tussen de verhaallijnen Calaf-Liù en Calaf-Turandot. Zo bezien is dit na La fanciulla del West en eigenlijk ook Tosca al de derde opera van Puccini waarin Lehnhoff teleurstelt – al zijn er ook nu weer een paar scènes van een grote, monumentale pracht. Muzikaal was het allemaal van niveau. Het Koor van DNO zong in de vele massascènes indrukwekkend en de solisten waren voortreffelijk, met als uitblinkers Ana Maria Martinez als een fraaie Liù, Lise Lindstrom als een ijselijke en in de finale een warmere Turandot. Tenor Lance Ryan (Calaf) mocht het in de aria Nessun dorma! opnemen tegen de herinneringen aan de Grote Tenoren uit heden en verleden. Hij hield de slotnoot nóg langer aan dan Pavarotti op zijn meest smakeloze moment – en kreeg prompt een open doekje.’
Erik Voermans, Het Parool (10 mei 2010)
 
Rotterdamse Yannick palmt Amsterdam in
‘Als een topsporter in vrijetijdsshirt betreedt Yannick Nézet-Séguin de orkestbak van het Muziektheater. Een stormachtig applaus in zijn deel. De Canadese dirigent van het Rotterdams Philharmonisch beloont het enthousiasme met een energieke opening van de opera Turandot. Giacomo Puccini’s macabere portret van een Chinese prinses die al haar falende aanbidders laat onthoofden, is bij Nézet-Séguin in goede handen. Als je zo energiek en enerverend inzet, bestaat het gevaar dat je te vroeg piekt. Gelukkig bewijst Nézet-Séguin dat hij op zijn 35e al de spanning en dramatiek tot het eind kan volhouden. Sterker: hij bewijst een waardige opvolger van Valeri Gergiev te zijn in het opzwepen van het Rotterdamse orkest. Hij wordt geholpen door een sterke Lise Lindstrom, die haar prinses Turandot zowel een ijskoude machthebber als een weifelende vrouw laat zijn. […] De mooiste rol heeft Ana Maria Martinez als slavin Liù, die verliefd is op de prins en haar leven opoffert om hem te redden. Zij kreeg van Puccini fraaie aria’s mee. […] Het decor van Raimund Bauer is een prachtige rode massieve burcht, die aan de Verboden Stad doet denken. De keizer verschijnt zwevend als een halfgod aan zijn onderdanen. Vergeleken met een versie in Peking, waarbij allerlei bombastische tierelantijnen en een enorme cast aan figuranten werden ingezet, is de Turandot in het Amsterdamse muziektheater compact. En daardoor krachtiger.’
Dirk Koppes, De Pers (12 mei 2010)
 
‘Turandot’ spannend sprookje
‘[…] deze maand beleeft deze door Nikolaus Lehnhoff geregisseerde productie in het Amsterdamse Muziektheater een ware droomuitvoering. Nog intenser dan in 2002. […] Helaas overleed Puccini na het componeren van de sterfscène van Liù. Alfano schreef daarom een slot dat algemeen werd geaccepteerd. Toch liet dirigent Riccardi Chailly door Luciano Berio voor deze productie destijds een apotheose componeren die dichter bij de bedoeling van Puccini zou komen. Inderdaad illustreert Berio hoe vernieuwend Puccini destijds was. Te horen is ook hoe brokken ijs van de prinses vallen: Turandot ontdooit en leeft met Calaf vast nog lang en gelukkig. Dat alles gebeurt in een decor dat de sfeer oproept van de Verboden Stad in Peking. De diepe kleur rood zorgt voor het juiste gevoel van broeierige spanning, prachtig verklankt door het Rotterdams Philharmonisch Orkest dat trouwens ook de Chinese muzikale thema’s tot een expressiemiddel van de eerste orde maakt. Ook het Koor van de Nederlandse Opera voelt dat karakter van de muziek haarfijn aan. Het zingt niet alleen, maar maakt ook werkelijk beeldend muziek. Om nog maar te zwijgen van het hemels zingende kinderkoor de Kickers. Het is niet in beeld maar laat op cruciale momenten een wonderlijk, betoverend licht schijnen. De goeddeels nieuwe rolbezetting doet het uitstekend. Lance Ryan creëert zowel fysiek als vocaal met zijn krachtige stem een ideale Calaf: blind van liefde en voor niemand bang. Turandot krijgt van Lise Lindstrom een beslist wat kille klank. Haar ministers Ping, Pang en Pong hebben prikkelend komische trekken, maar blijven in stijl. Mario Luperi is ontroerend als de oude vader van Calaf. De mooiste rol is die van Ana Maria Martínez die met aandoenlijk devotie in haar stem een prachtige breekbare Liù neerzet. Deze productie is niet gebouwd op ’sterren’, iedereen is op het hoogste niveau dienstbaar. Of het zou dirigent Yannick Nézet-Séguin moeten zijn. De Canadees is beslist de bezielde motor achter het succes van deze nieuwe reeks van spanning en schoonheid zinderende voorstellingen. Inderdaad, deze ’Turandot’ is een sprookje.’
Hans Visser, Noordhollands Dagblad (12 mei 2010)
 
‘Conducted by the rising star Yannick Nézet-Séguin (how lucky the Netherlands Opera is to have the young French-Canadian and his Rotterdam Philharmonic succeeding Riccardo Chailly and the Concertgebouw Orchestra) and with newly-cast singers (mostly improvements) in the leading roles, this was a marvellously fresh musical and directorial Neueinstudiering. […] Promising reports from New York and elsewhere of Lise Lindstrom’s Turandot proved justified. The American soprano, a striking blonde and unusually svelte for Puccini’s vocally-challenging Principessa, wields a well-focused, silvery instrument, capable of penetrating the thickest orchestral underlay. Nézet-Séguin helped her with unusually transparent, almost impressionistic textures – surely what Puccini was aiming for. […] Lindstrom is a fearless and tireless singer, so her ubiquity in the role is hardly a surprise. She should be careful not to get herself pigeon-holed in it; she is a gift to directors who want a Turandot with Hollywood looks. Her Calaf, Lance Ryan, clearly enjoying a break from type-casting as Siegfried, is not as convincing a Puccinian as he is a Wagnerian, even if many a more Italianate-sounding tenor would envy his ringing top B. The basic timbre of his voice is too restricted in colour, lacking ideally clarion tones, but he is an athletic and versatile actor, barely recognizable with his Yul-Brynneresque baldpate. The vocal star – and inevitable audience favourite – was Ana María Martinez’s sumptuously sung Liù, a world-class performance. The all-round excellence of the Netherlands Opera’s casting – Mario Luperi’s saturnine Timur, a perfectly balanced and all-Italian ministerial trio from Angelo Vecchia, Roberto Covatta and Carlo Bosi – was fairly typical of a company which often combines the virtues of an ensemble and a permanent festival. Altogether, a memorable Turandot.’
Hugh Canning, Opera (augustus 2010)