De Nederlandse Opera op YouTube Podcasts van De Nederlandse Opera De Nederlandse Opera op Facebook De Nederlandse Opera on Twitter

De Nederlandse Opera in Amsterdam



A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
R
S
T
U
V
W
Z
l



première   december 2004   voorstellingen  12*  14  18  21  24  26*  29  december 2004
Het Muziektheater Amsterdam   aanvang 19.30/*13.30   einde n.t.b.   er is geen pauze
start losse kaartverkoop 3 september 2004 om 10.00

het verhaal
team en cast
achtergrond
in de media
foto’s
geluidsfragment
inleiding

 
Wielers spelletjes staan in dienst van een groot muziekdramaturgisch vernuft, en zijn in hun bestudeerde geliktheid altijd ondergeschikt aan een oneindige liefde voor het stuk dat hij onder handen heeft. Wieler kent bovendien het soort humor dat een voorstelling naar ijle niveaus tilt. (...) Te voorspellen viel dat ook Wielers eerste productie in het Muziektheater op geloei en gejuich zou worden getrakteerd. (...) Een soort ‘Romeinengevoel’ wordt hier prachtig onscherp gesuggereerd via een bioscoopsfeer van pakweg 1955 (...).
Privéleven en staatszaken zijn identiek. Wieler legt het bloot in een reeks schitterend getroffen ontmoetingen, waarbij de wereldpolitiek een zaak blijkt van zijden beha’s en strijkers con sordino, van incestieus gegiechel op de hoge noot, van impertinente vingertoppen, en ‘handen omhoog’ met klapperpistolen. En intussen houdt Mozart tot en met Sulla’s troonsafstand het initiatief, tempo en sfeer bepalend met recitatieven, accompagnati en coloratuuraria’s. Het mooist worden die gezongen door Mary Dunleavy (Junia) en Kristine Jepson (Cecilio) (...). Ook Cyndia Sieden (Cinna) mag er zijn (...). Adam Fischer had het Nederlands Kamerorkest pas na twintig minuten op één lijn – maar herstelde zich fraai, en stond mede aan de wieg van een productie die de voorstelling van het jaar mag heten.
De Volkskrant
 
Wieler en Morabito (...) zijn twee theatermakers die er geen moeite mee hebben wanneer een enscenering volkomen haaks staat op wat muziek en tekst van een opera vertellen. Zij zoeken juist de spanning op die daaruit kan ontstaan, zonder daarbij het publiek om de oren te slaan met een drammerige, ideologische boodschap (...).
Of men het met deze aanpak eens is of niet, de regie is een wonder van raffinement en fantasie. En een voorbeeld van perfect voorbereid en uitgebalanceerd muziektheater. Elk personage heeft zijn eigen gestiek en motoriek en elke situatie wordt zodanig scenisch uitgebuit dat alle bezwaren tegen de ‘opera seria’ als statische theatervorm als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dit is bovendien een zeer muzikale regie, waarbij elke aria een complete dramatische scène wordt. Niets hier van de loze, hoogdravende gebaren waartoe men in dergelijke opera’s vaak zijn toevlucht neemt. Het is een combinatie van enerzijds luchtige speelsheid, anderzijds voortvarende dynamiek, zowel in liefdesperikelen als in de machtsstrijd, die we te zien krijgen. We ervaren die ook in de muziek, die door de Hongaarse dirigent Adam Fischer en het Nederlands Kamerorkest met een enorme vitaliteit wordt weergegeven. (...) Ook wat de solisten betreft is dit over het geheel genomen een voortreffelijke productie (...). Uitstekend zijn vooral Jeffrey Francis (titelrol), Kristine Jepson (Cecilio), Cyndia Sieden (Lucio Cinna, met een paar ijzingwekkend moeilijke, briljant gezongen topnoten) en bovenal de sublieme zangeres en actrice Henriette Bonde-Hansen (de naar liefde hunkerende, steeds weer teleurgestelde Celia).
Dit is een in menig opzicht verbazingwekkende productie, die de operaliefhebbers in twee kampen zal verdelen.
Haagsche Courant
 
Lucio Silla wordt door het internationaal gevierde regisseursduo Jossi Wieler en Sergio Morabito in het Amsterdamse Muziektheater gepresenteerd als een politieke thriller over weerzinwekkende dictatoriale macht. (...) Lucio Silla is een hoogst ongemakkelijke voorstelling, waarbij het zwart-wit van goed en kwaad oplost in subtiel grijs. (...) De beroemde ontwerpster Anna Viebrock, die ook samenwerkte met regisseur Christoph Marthaler, bepaalt de desolate sfeer met de reconstructie van een typisch DDR-interieur (...). De bijna vier uur durende ontluistering van kwalijke macht tergt en tart de toeschouwers die alleen komen voor een avondje uit. Al lijkt de voorstelling statisch, bewegingloos is die zeker niet. Alles is minutieus gedetailleerd, constant is er beweging, hoe klein ook. (...) Het is allemaal erg herkenbaar en buitengewoon realistisch, maar tegelijk ook eindeloos saai en bijna onverdraaglijk. Pas in de slotscène zorgt de woedende toespraak van Cinna voor een dramatische climax, waarbij de coloraturen de opruiende pathetiek van de kleine man steeds verder opschroeven.
De voorstelling toont zó nauwgezet de Oost-Duitse ellende van toen, dat die het publiek in nauwelijks vier uur de uitzichtloze eeuwigdurendheid van veertig jaar DDR-dictatuur lijfelijk laat navoelen. (...)
Al maken alle zangers een roldebuut, er wordt heel redelijk tot goed gezongen, vooral door Mary Dunleavy (Giunia), Cyndia Sieden (Cinna), Henriette Bonde-Hansen (Celia) en Kristine Jepson (Cecilio).
NRC Handelsblad
 
Het regisseursduo Jossi Wieler en Sergio Morabito dacht (...) aan een akelig saai ogende DDR-binnenhuisarchitectuur. (...)
Het oor beleeft intussen veel meer plezier. Onder leiding van dirigent Adam Fischer ademt deze productie bij elke noot puur plezier. Het Nederlands Kamerorkest laat een stralende bezieling horen, waarin het Koor van De Nederlandse Opera maar al te graag meegaat. Hulde ook voor de solisten in hun vocale acrobatiek en toneelspel. Jeffrey Francis is als de tiran Lucio Silla, die met alvast neerhangende bretels, een blauwtje loopt bij Giunia, een ontluisterend beeld van failliete macht. Formidabel zingt Mary Dunleavy de rol van zijn slachtoffer (...). Verbazingwekkend is ook wat Kristine Jepson laat horen als Giunia’s doodgewaande man Cecilio. Vakwerk leveren ook Cyndia Sieden en Henriette Bonde-Hansen.
Kortom: een boeiende voorstelling waarover veel en onderhoudend valt na te praten. En dan te bedenken dat dit regisseursduo, dat eerder het operahuis van Stuttgart spraakmakend op de kaart zette, straks met dirigent Ingo Metzmacher bij De Nederlandse Opera de grote Da Pante-o-pera’s van Mozart gaat ensceneren. Dat belooft in elk geval wat.
Noordhollands Dagblad
 
Met een jachtig en bits uitgevoerde ouverture zetten de muzikaal leider Adam Fischer en het authentiek-achtig spelende Nederlands Kamerorkest de toon voor een tegendraadse, scherp geëtste en gedetailleerde interpretatie, die even bewonderenswaardig als op de lange duur buitengewoon vermoeiend is. (...) Een sterk punt in Fischers benadering is overigens de bijzondere aandacht voor de recitatieven, meestal de sluitpost op de begroting maar hier van essentieel belang. (....)
De Nederlandse Opera heeft goede zangers geëngageerd, die niettemin de grootste moeite blijken te hebben met Mozarts ongebreidelde versieringskunst (...). Ware hartstocht is slechts te vinden bij de intens zingende Kristine Jepson (Cecilio) (...).
De Telegraaf
 
Lucio Silla brengt het niet verder dan een saai ‘leerstuk’: aan de oren sleuren de regisseurs de toeschouwer mee naar hun semi-geënsceneerde visie. (...) Kleine regievondsten zijn er wel, maar veel is achterhaald en clichématig. Het loonde om de ogen dicht te doen en te genieten van de prachtige coloraturen van de beweeglijke Cyndia Sieden, die in zang en spel uitblonk. Muzikaal klonk de voorstelling met het Nederlands Kamerorkest onder Adam Fischer afgewogen en goed op orde. (...) Jeffrey Francis zong en speelde vrijuit de verkreukelde en twijfelende tiran, die tot slot liever burger is en de macht afwerpt.
Trouw
 
The Netherlands Opera's Lucio Silla has the suspense and sudden twists of a thriller and the character insights of a psychodrama. It has detail and humour. And it has such music that after three hours and 40 minutes you wish the performers would start straight away at the beginning again. (...) With Adam Fischer and the phenomenal Netherlands Chamber Orchestra, you hear that there was precious little immaturity to the 16-year-old Mozart. (...)
The cast is outstanding, from Jeffrey Francis' terrifying, infantile Silla to Cyndia Sieden's hilariously torn Cinna. Mary Dunleavy's Giunia is a heart-rending combination of anguish and nobility, Henriette Bonde-Hansen plays Celia as an air-head with wonderful depths of expression, Johannes Chum's Aufidio is a committed functionary headed for a bad end. Best of all is Kristine Jepson's Cecilio, a condemned man until the final chorus. Her voice is rich, agile and laden with secrets. When she sings, time stops.
This is opera about emotional extremes and political realities, finely observed and magnificently executed. Bewilderingly, there were boos at the end. There was nothing here to cause offence, unless genuine emotion offends, or unless you really believe that Mozart should only be sung in corsets and bustles.
Anna Viebrock's gently subversive sets and costumes, Jossi Wieler and Sergio Morabito's subtle, refined direction, and performances of absolute commitment from all concerned make this a thrilling come-back for a neglected opera. No towering egos, no grand statements, no histrionics. Just superb music theatre.
Financial Times
 
Mit vielen Zwischentönen, spontaner Lebendigkeit und immer aufmerksam dirigiert Adam Fischer das Niederländische Kammerorchester (...). Selten war ein besseres und ausgewogeneres Mozart-Sängerensemble zu hören als in diese Produktion (...).
Das Regieteam Jossi Wieler und Sergio Morabito (...) hat es geschafft, die langen Arien mit szenischem Witz zu füllen, ohne in die Albernheit abzugleiten. (...)
Amsterdam hat mit seiner szenisch intelligenten und musikalisch wundervollen Aufführung bewiesen, daß Lucio Silla gelegentlich auf die Bühne gehört.
Die Welt
 
Wieler en Morabito, inventieve representanten van wat regisseurstheater heet, zijn meesters van het dramatisch contrapunt. Maar in deze Lucio Silla maken ze het te dol.
Ze plaatsen de opera in de DDR, en de geniale ontwerpster Anna Viebrock heeft weer een treffend, beladen en mistroostig decor bedacht. De wanhoop, de leegte, de engte en een angstaanjagende schraalte schreeuwen je tegemoet. (...)
De muziek is dan ook de reden dat iedereen deze voorstelling toch moet bezoeken, te meer daar dirigent Adam Fischer het Nederlands Kamerorkest tot erg mooi, licht, helder, warmbloedig, rank maar toch stuwend spel weet te verleiden. (...)
Wieler en Morabito slaan door in hun spel met anti-realistische vertekening van het drama, hun Verfremdungseffekte en hun voortdurende ondermijning van de verwachtingspatronen, waardoor de toeschouwer al nel in theatraal drijfzand belandt.
Het Parool