 |
|
 |
|
|
|
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
 |
 |
première 14 juni 2011 voorstellingen 18 20 23 26* 28 juni 1 4 7 10* juli 2011 Het Muziektheater Amsterdam aanvang 20.00/*13.30 einde ±23.00/*16.30 er is 1 pauze start losse kaartverkoop 14 december 2010 om 12.00 |
|
 |
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
| |
 |
Jevgeni Onjegin Pjotr Iljitsj Tsjaikovski 1840 1893
Nieuwe productie
libretto van Konstantin Sjilovski en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
wereldpremière
23 april 1881
Bolsjoi Theater
Moskou
Heel bewust bestempelde Tsjaikovski zijn werk als ‘lyrische scènes’. Met minder formele strengheid dan in het origineel smeedde hij een aantal episodes uit Poesjkins gelijknamige versroman aaneen, waardoor hij emotionele conflicten en maatschappelijke gevoeligheden in het toenmalige Rusland aan een kritische beschouwing kon onderwerpen. Behalve aan de titelfiguur is een centrale rol toebedeeld aan het meisje Tatjana, dat de bonvivant Onjegin onvoorwaardelijk haar liefde bekent, maar door hem wordt afgewezen. Jaren later zijn de verhoudingen omgekeerd: nu moet Onjegin zijn gevoelens voor Tatjana bekennen. Voor de intussen getrouwde vrouw is er echter geen weg terug en zij wijst hem af. Tsjaikovski’s homoseksualiteit spiegelt zich in de verhouding tussen Onjegin en de dichter Ljenski. Hun vriendschap gaat ten onder aan een jaloezie die Ljenski met de dood moet bekopen. Dit bijzondere werk onderscheidt zich door fijnzinnige poëzie en is van een grote menselijkheid, terwijl ook de voor de Russische opera zo kenmerkende koorscènes niet ontbreken.
|
|
 |
 |
|
|
|

|