| |
 |
Simon Boccanegra Giuseppe Verdi 1813 1901
Proloog
Twee burgers van Genua spreken over de politieke situatie nu de stadsstaat zonder leider zit. Een van hen, Paolo, overtuigt de plebejer Simon Boccanegra ervan dat hij de nieuwe doge moet worden: dan zal de patriciër Jacopo Fiesco hem immers eindelijk toestaan met zijn dochter Maria te trouwen. Boccanegra en Maria hebben samen al een kind. Wanneer Boccanegra als doge is gekozen, hoort hij dat Maria gestorven is.
I
25 jaar later. Met moeite heeft Boccanegra de vrede weten te bewaren, zowel binnen Genua als met de buurstaten. Hij heeft nooit geweten wat er van zijn dochtertje Maria is geworden. Het meisje werd onder de naam Amelia Grimaldi grootgebracht door haar grootvader, die zelf de schuilnaam Pater Andrea draagt. Hij weet niet dat zij zijn eigen kleinkind is en denkt dat Maria destijds werd ontvoerd. Amelia's geliefde, de patriciër Gabriele Adorno, zweert met Fiesco samen tegen Boccanegra. De doge vergeeft de samenzweerders en brengt aan Amelia Paolo's wens over om met haar te trouwen. Zij zegt dat ze van iemand anders houdt en dat ze geen Grimaldi is. Ze komen erachter dat ze vader en dochter zijn; als zij elkaar omhelzen denkt Paolo dat Boccanegra zelf een oogje op Amelia heeft. Hij besluit haar te ontvoeren.
De doge pleit in de senaat voor vrede met Venetië. Buiten eist een woedende menigte zijn dood. Het volk komt de raadzaal binnen, Fiesco en Gabriele Adorno meesleurend: Gabriele had ene Lorenzino gedood na geruchten over een op handen zijnde ontvoering van Amelia. Zij komt ijlings de zaal in en verklaart dat degene die haar wilde ontvoeren in de zaal aanwezig is. Boccanegra begrijpt het en eist van Paolo dat hij de boosdoener vervloekt. Paolo heeft geen andere keus. Fiesco en Gabriele worden opgesloten.
II
In het paleis van de doge giet Paolo vergif in Boccanegra's beker en laat Fiesco en Gabriele uit hun kerker halen. Hij verlangt van hen dat ze Boccanegra in diens slaap doodsteken. Fiesco weigert, Gabriele aarzelt totdat Paolo hem zegt dat Amelia Boccanegra's maîtresse is. Gabriele blijft alleen achter. Amelia komt binnen en antwoordt op Gabrieles beschuldiging dat haar liefde voor Boccanegra zuiver is. Boccanegra komt eraan en Gabriele verstopt zich op het balkon. Amelia vertelt haar vader dat ze van Gabriele houdt, die een van zijn vijanden is. Ze verlaat hem en hij valt in slaap.
Als Gabriele de doge wil doden, komt Amelia terug en houdt hem tegen. Boccanegra wordt wakker en vertelt Gabriele dat hij Amelia's vader is. Tijdens het weer opgelaaide oproer kiest Gabriele Boccanegra's zijde.
III
Nadat de opstand is neergeslagen, wordt Paolo ter dood veroordeeld. Hij bekent zijn misdrijven aan Fiesco, tot diens grote afschuw. Boccanegra komt binnen; het gif is gaan werken en zijn doodsstrijd is begonnen. Hij vertelt Fiesco dat Amelia zijn dochter en dus Fiesco's kleindochter is. De mannen verzoenen zich met elkaar. De doge zegent Maria en Gabriele, en roept deze tot zijn opvolger uit. Daarop sterft Boccanegra. Fiesco presenteert de nieuwe doge aan het volk.
|
|
 |
 |
|
|
|